7 vragen aan: Annet Goltstein

Wie zit er nog niet aan tafel? Het is de vraag die Annet Goltstein keer op keer stelt. Al ruim twintig jaar begeleidt ze groepen door complexe samenwerking bij gemeentes, bedrijven, woningcorporaties en (nationale) burgerberaden. Wat haar onderscheidt is niet haar methodenkoffer, maar haar grondhouding: mensen hoef je niet 'in hun kracht te zetten', want ze staan er al in. Haar rol is de ruimte maken zodat die kracht ook zichtbaar wordt.

"Samen maken begint al vóórdat je de zaal instapt"

Een gesprek met Annet Goltstein, facilitator en pleitbezorger van echte democratie

Hé Annet, wie ben jij, en op welke manier ben jij in je werk bezig om samen de stad te maken?

Ik ben ruim twintig jaar zelfstandig facilitator: begeleider van leuke én lastige bijeenkomsten. Altijd gericht op samenwerking, altijd vanuit een neutrale positie. Opdrachtgevers vragen mij om een groep iets tot stand te laten brengen. Dat kan in heel veel verschillende domeinen zijn, maar mijn hart ligt in het sociaal domein. Ik ben geen ontwerper van oplossingen: ik creëer een plek waarin iets kan ontstaan.

Voorbeelden: momenteel werk ik voor een gemeente die wil samenwerken rondom woonoverlast, voor een woningcorporatie die wil verbinden in een wijk. Na mijn inzet voor het eerste G1000 burgerberaad in Eindhoven in 2016, ben ik nog meer overtuigd: democratie moet je samen versterken. Vandaar dat ik werk aan de ontwikkeling van burgerberaden.

 

Als je niet aan het werk bent: waar en met wie bouw jij dan aan jouw stukje wereld?

In mijn familie ben ik de verbinder: de oudste, degene die samenbrengt. Ik zit in de Raad van Toezicht van een middelbare scholengroep, omdat ik geloof dat iedereen een rol moet nemen in de instituties die we samen hebben. En ik ben bezig met het herontwikkelen van een weiland in Zuid-Limburg naar een klimaatinclusief, biodivers gebied. Dat doe je met buren, boeren en biologen. Iedereen heeft een ander belang. Ik leer daar zelf veel van: hoe ver kun je vernieuwen, en waar houdt het systeem je tegen?

In mijn eigen straat loopt ook een initiatief: hoe zorgen we straks goed voor elkaar als we ouder worden en er minder zorg beschikbaar is? Twee straatgenoten begonnen het, en ik draag graag bij. Kook jij mijn soep of trek ik jouw steunkousen aan? Dat onderling geven en ontvangen zijn we aan het uitzoeken.

 

Wat betekent cocreatie voor jou, en hoe herkennen anderen dat als ze met jou samenwerken?

Ik gebruik het woord 'cocreatie' eigenlijk nooit. Mijn ideale sessie is er een waarbij de deelnemers al in de voorbereiding hebben meegedacht. Niet ik bedenk hoe het moet zijn. Ik help hen bedenken wat zíj nodig hebben. En daarna hebben ze ook een rol in de uitvoering. Bij een burgerberaad zie je dat terug in een monitorgroep die bewaakt of de uitkomsten ook echt een plek krijgen in de politiek. Dus voor mij gaat het samen maken ook over het proces op tot de oplossing te komen en niet alleen over de oplossing zelf.

 

Hoe zorg jij ervoor dat al die verschillende invalshoeken niet alleen gehoord worden, maar ook echt landen in het eindresultaat?

Ik werk veel met deep democracy. Je zoekt dan actief naar het geluid van de minderheid. Creatieve werkvormen helpen daarbij enorm. Als je mensen een metafoor laat inbrengen, is de metafoor van de schoonmaker even krachtig als die van de directeur. Dat maakt mensen mondiger en gelijkwaardiger aan tafel.

Een goed voorbeeld is het Nationaal Burgerberaad Klimaat, dat zich in 2025 zes weekenden lang boog over dit gepolariseerde vraagstuk. Bij de 175 gelote Nederlanders waren klimaatsceptici en klimaatactivisten. Mijn taak was ook iedereen bij elkaar te houden. Dat lukte o.a. doordat deelnemers zelf mochten kiezen welke wetenschappers ze wilden horen. Iedereen gaf achteraf een vinkje op het proces: ‘we zijn het misschien niet op alles eens geworden, maar we hebben het goed gedaan, en onderschrijven de gezamenlijke uitkomsten ’.

 

Wat is jouw grootste les over samenwerken, eentje die je andere professionals gunt om eerder te leren?

Je kunt het niet uit een boekje leren. Dat geloof ik heilig. Je bouwt altijd voort op wijsheid van anderen. Bijvoorbeeld de begeleiders van de maanmissie in de jaren zestig, die deden aan groepswerk, en dat werkt door in wat wij nu doen. Kortom; ga het gewoon gaan doen. Meekijken met anderen, fouten maken, en die fouten opschrijven zodat je ze nooit meer maakt.

 

We staan voor grote maatschappelijke vraagstukken. Wie of wat wens jij als eerste een beetje meer cocreatie toe?

De lokale overheid. Als ik op een gemiddelde gemeentewebsite kom, voel ik me vooral klant bij een bedrijf. Ik kan producten aanvragen. Maar als ik wil weten wat de gemeenteraad of B&W over praten dan moet ik goed zoeken. Alsof we dat willen verstoppen. Terwijl daar juist onze gezamenlijkheid zit: ons gesprek over wat voor stad we willen zijn.

Het woord ge-meente betekent letterlijk het gezamenlijke. We runnen die stad samen, met alle mensen bij elkaar. Laat als gemeente meer zien wat aandacht vraagt. Dan worden we met elkaar bewust dat we niet alleen klant zijn maar ook gezamenlijk eigenaar van de stad.  Dat maakt ons als gemeenschap sterker.

 

Meer inspirerende professionals ontmoeten? De cocreatieclub brengt publieke professionals samen die geloven dat de beste oplossingen ontstaan wanneer alle stemmen aan tafel zitten. Schuif jij ook aan bij één van onze ccclubavonden?

Volgende
Volgende

Een goed begin in complexe projecten: zo kickstart je je ontwerpvraagstuk