Spreken is zilver, maken is goud

Wie betrokken wordt bij het ontwerpen van een nieuwe buurt, een dienst of een beleid, wordt doorgaans uitgenodigd voor een inspraakavond. Je mag iets zeggen. Maar zeggen wat je wilt veronderstelt dat je al precies weet en onder woorden kan brengen wat je nodig hebt. Met tinkering overbrug je het verschil tussen wat mensen zeggen en wat ze voelen en dromen.



Wie is de expert? De disciplinedeskundige of ervaringsdeskundige?

Co-creatie is meer dan participatie. Het is een fundamenteel andere houding tegenover wie de expert is in een ontwerpproces. In plaats van disciplinedeskundigheid — de architect weet hoe je een gebouw ontwerpt, de beleidsmaker weet welke maatregel werkt — verschuift de nadruk naar ervaringsdeskundigheid: de bewoner weet hoe het is om hier te wonen, de gebruiker weet wat die dienstverlening werkelijk voor hen betekent.

Een valkuil bij cocreatie is de reflex van géén "u vraagt, wij draaien". Mensen aan tafel zetten als mede-ontwerpers betekent niet dat de ontwerpvraag simpelweg bij niet-ontwerpers wordt neergelegd. Dat leidt tot vrijblijvendheid, frustratie en weinig bruikbare uitkomsten. De kunst is om mensen in staat te stellen hun ervaringskennis in te brengen, terwijl de ontwerper de structuur, de methode en de synthese brengt.


Vrijwillig bestuurders maakten met een halve bol hun ideale wereld, als input voor gemeentebeleid over vrijwilligerswerk in de sociale basis.

Niet iedereen is welbespraakt - maar wel creatief!

Een veelgehoord bezwaar tegen creatieve werkvormen met niet-ontwerpers: "Ze zijn toch niet creatief?" Het tegendeel is waar. Iedereen beschikt over creatief vermogen, het verschil zit in training en gewoonte. Mensen zijn niet gewend om in een professionele setting te maken, te tekenen of te bouwen. We hebben aangeleerd om te denken en te praten.

Dat is precies het probleem. Want taal filtert. Wat we in woorden uitdrukken, is al een bewerking van onze werkelijke beleving; gefilterd door wat sociaal wenselijk is, door wat we kunnen verwoorden, door wat we durven zeggen. Om te achterhalen wat mensen écht voelen en verlangen, moet je een andere ingang vinden: door hen te laten maken.



Tinkering: uit het hoofd, naar het hart

De methode die hiervoor bij uitstek geschikt is, heet tinkering. Dit is een aanpak waarbij mensen op een laagdrempelige, speelse manier iets bouwen, collages maken, prototypes in elkaar zetten of ruimtes inrichten. Niet om een uitgewerkt ontwerp te produceren, maar om via het maken iets te ontsluiten wat anders verborgen blijft.

Tinkering haalt mensen uit hun hoofd. Door te knutselen, te plakken, te bouwen, ontsnapt de deelnemer aan de druk om het "goede antwoord" te formuleren. In plaats daarvan drukt hij of zij zich uit vanuit intuïtie, associatie en gevoel. En dat levert concrete inzichten op, bijvoorbeeld de eisen waar een oplossing aan moet voldoen om in een bepaalde context aan te slaan.

 

Het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant wilde haar strategie voor de toekomst herijken — een vraagstuk dat doorgaans eindigt in rapporten en vergadertafels. In plaats daarvan werden medewerkers uitgenodigd om het ZVHMB letterlijk te bouwen: met 3D-materialen en maquettes verbeeldden drie groepen elk hun eigen toekomstscenario. Hoewel ze vanuit verschillende werelden en kernfuncties werkten, kwamen de prototypes opvallend overeen — de tactische keuzes in wat mensen maakten legden gedeelde verlangens bloot die in een gewone vergadering nooit zo expliciet waren geworden. De tacit knowledge van een heel team werd tastbaar in foam, ijsstokjes en wattenbolletjes.

 

Wat mensen maken, vertelt meer dan wat ze zeggen

Dat zeggen wij niet alleen. Onderzoeker Liz Sanders, een ontwerp-onderzoeker op het gebied van cocreatie introduceerde een model dat laat zien dat menselijke kennis op drie niveaus zit.

  • Wat mensen zeggen en denken — zichtbaar aan de oppervlakte, toegankelijk via interviews en enquêtes. Dit is expliciete kennis.

  • Wat mensen doen en gebruiken — zichtbaar via observatie. Dit is observeerbare kennis.

  • Wat mensen weten, voelen en dromen — onder de oppervlakte, moeilijk te verwoorden. Dit is tacit knowledge (stilzwijgende kennis) en latente kennis.

Tacit knowledge is niet te bereiken via cognitieve bevragingstechnieken — een interview vraagt mensen om te verwoorden wat ze voelen, maar juist dát is wat tacit knowledge per definitie niet is. Door iets te maken, door hands-on te creëren, druk je je onderbewuste wél uit — in de keuzes die je maakt, de materialen die je pakt, de vorm die je geeft.

 

Het gaat niet om de oplossing, maar om wat die vertegenwoordigt

Dit is misschien wel het meest onderschatte inzicht van generatief onderzoek: de waarde van wat mensen maken zit niet in het gemaakte, maar in de keuzes die erin zijn opgesloten.

Wanneer een bewoner van een nieuwe wijk een maquette bouwt van zijn ideale buurt, is het resultaat geen bouwplan. Het is een venster op diens verlangens, zorgen en prioriteiten. Waarom koos zij voor die brede stoep? Waarom plaatste hij de bankjes in de schaduw? Zijn parkeerplaatsen vergeten, of..? Elk van die keuzes vertelt iets over wat die persoon werkelijk nodig heeft: en precies dát gesprek wil je voeren.

 

Een voorbeeld uit de praktijk

Neem Knoop XL in Eindhoven: voor deze enorme gebiedsontwikkeling werd een placemaking traject opgestart voor speeltoestellen en straatmeubels die het gebied herkenbaar en inclusief zouden maken. In cocreatiesessies bouwden kinderen, jongeren, ouderen én ontwikkelaars creaties van hun ideale straatmeubels, en uit de gemaakte prototypes werden de belangrijkste ontwerpeisen gedestilleerd. Niet door te vragen "wat wil je?" — maar door te kijken: wat maak je? De ontwerpeisen werden vertaald naar ontwerpen voor een unieke set straatmeubels, die de openbare ruimte uitnodigend maken; van jong tot oud.

Meer over het Knoop XL project

 

De 4 take-aways voor professionals

  • Zet ervaringsdeskundigheid centraal — betrek gebruikers en bewoners als volwaardige mede-ontwerpers, niet als klankbord achteraf

  • Interviews bereiken alleen het oppervlak — wie echte behoeften wil begrijpen, heeft methoden nodig die verder gaan dan taal

  • Laat mensen maken, niet praten — tinkering ontsluiert via keuzes in het maakproces wat woorden verbergen

  • Analyseer de keuzes, niet het eindproduct — gebruik gemaakte prototypes als gespreksstarter om dilemma's tastbaar te maken en ontwerpafwegingen te concretiseren

De sleutel tot goede co-creatie is niet simpelweg "mensen betrekken". Het is hen in staat stellen hun diepste kennis in te brengen in een ontwerpproces. Hoewel het er misschien uitziet als knutselen is tinkering dus niet zomaar een 'leuke werkvorm'; het is een methode om inzichten te vergaren.



De Cocreatieclub is een initiatief van cocosmos. Wil je met jouw team of organisatie aan de slag met een creatieve sessie? Bekijk dan eens deze training, of neem contact op, we denken graag mee.

Vorige
Vorige

Participatie begint buiten